Op 25 april 2005 diende mevrouw A.-M. Lizin, in haar hoedanigheid van voorzitster van de Senaat, een wetsvoorstel in tot wijziging van de wet van 16 juli 1973. Met dit wetsvoorstel wilde de Senaat de mandaatperiode van de leden van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie verlengen tot vijf jaar en de vernieuwing van dit mandaat koppelen aan de wedersamenstelling van de gemeenschapsparlementen (Senaat, document 3-1144/1). De voorzitster van de Senaat stelt in haar toelichting vast dat de leden van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie worden aangeduid door de gemeenschapsparlementen, en dit drie maanden na de vernieuwing van de wetgevende kamers. Daar de vernieuwing van de gemeenschapsparlementen niet meer samenvalt met de vernieuwing van de wetgevende kamers, kan het in de huidige stand van wetgeving gebeuren, dat de politieke samenstelling van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie niet meer evenredig is met de politieke samenstelling van de gemeenschapsparlementen. Om aan dit euvel te verhelpen stelt de voorzitter van de Senaat drie maatregelen voor. De duur van het mandaat van de leden van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie wordt van vier jaar op vijf jaar gebracht (artikel 2 van het voorstel). Het mandaat van de leden van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie wordt gekoppeld aan de wedersamenstelling van de gemeenschapsparlementen. In het voorstel verstrijkt het voortaan zes maanden na de algehele vernieuwing van de gemeenschapsparlementen (artikel 3 van het voorstel). Tenslotte wordt een overgangsbepaling ingebouwd, waardoor het mandaat van de zittende leden loopt tot zes maanden na de eerstvolgende algehele vernieuwing van de gemeenschapsparlementen (artikel 4 van het voorstel).
Nadat de Senaat dit voorstel eenparig had goedgekeurd in zijn zitting van 7 juli 2005, werd het voor verdere behandeling overgemaakt aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Na een bijzonder lange parlementaire procedure, werd het uiteindelijk op 7 mei 2009 door de plenaire vergadering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers goedgekeurd met 112 ja-stemmen, bij 26 onthoudingen. (cf. Handelingen nr. 3-123 van 7 mei 2009).
Door de goedkeuring van deze „Wet van 12 mei 2009 tot wijziging van de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt“ (B.S. 26 mei 2009), wordt de mandaatperiode van de leden van de Cultuurpactcommissie aangepast aan de nieuwe institutionele architectuur van het land. In casu werden artikel 22 en 23 van de cultuurpactwet gewijzigd.