De eerste stap voor de oprichting van de Cultuurpactcommissie werd gezet door wijlen senator Maurits Vanhaegendoren, die op 11 september 1969 een voorstel indiende tot wijziging van het reglement van de Senaat (cf. Senaat, zitting 1968-69, stuk 549).
Dit voorstel wilde een artikel 55bis toevoegen aan het reglement van de Senaat. Het voorzag in de oprichting van een vaste senaatscommissie, genaamd Cultuurpactcommissie. De belangrijkste taak van deze commissie zou bestaan in het ontwerpen van wettelijke bepalingen ter harmonisering van de verschillende ideologische en politieke strekkingen in alle culturele domeinen, met uitzondering van het onderwijs.
Dit initiatief voor het oprichten van een Cultuurpactcommissie en het opstellen van een cultuurpact, had een reële invloed op de inhoud van het latere cultuurpactakkoord, en heeft zeker het ontstaan bespoedigd van de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt en van het decreet van 28 januari 1974 betreffende het cultuurpact.