De cultuurpactwet van 16 juli 1973

Om het feitelijke cultuurpactakkoord van 24 februari 1972 bindende kracht te geven, werd een gemengde commissie van kamerleden en senatoren samengesteld.  Zij moesten uit dit feitelijke akkoord de tekst van een wetsvoorstel distilleren dat de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen waarborgde.  Deze werkgroep schreef het voorontwerp van de cultuurpactwet dat op 26 juni 1973 bij de Kamer van volksvertegenwoordigers werd ingediend met als titel “Voorstel van wet waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt” (cf. Kamer van volksvertegenwoordigers, zitting 1972-1973, stuk 633, nr. 1 en 2).  De 182 aanwezige leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers keurden het wetsvoorstel eenparig goed op 28 juni 1973 (cf. Kamer van volksvertegenwoordigers, Parlementaire handelingen, 28 juni 1973, blz. 2638-2647, blz. 2761).  Vervolgens werd het wetsvoorstel aan de Senaat overgemaakt, waar het tijdens de plenaire vergadering van 4 juli 1973 werd behandeld (cf. Senaat, zitting 1972-73, stuk 401).  De door de Kamer van volksvertegenwoordigers goedgekeurde tekst werd in de Senaat in ongewijzigde vorm goedgekeurd met 147 stemmen versus 2 onthoudingen (cf. Senaat, Parlementaire handelingen, 4 juli 1973, blz. 2153-2168, blz. 2223-2224).

De door de kamers goedgekeurde wet waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt, werd op 16 juli 1973 door de koning bekrachtigd en afgekondigd.  De wet werd in het Belgisch Staatsblad van 16 oktober 1973 bekendgemaakt (cf. Belgisch Staatsblad, 16 oktober 1973, p. 11.706-11.710).